„Computers zijn belangrijk." Zeg dat vandaag en je wekt nauwelijks nog tegenspraak — en nauwelijks nog aandacht. Te vanzelfsprekend, te voor de hand liggend. Toch is wat wij daaronder verstaan allang niet meer wat men aanvankelijk zou vermoeden.

Ik heb het niet over de computer als schrijfmachine, als poort naar het internet, als scherm voor streamingdiensten. Ik heb het over een eigenschap die bijna provocatief aandoet: de vereniging van wat men tegenwoordig een persoonlijke computer noemt met een systeem als Linux. Over een zekere mate van ruwheid.

De ruwheid die afstoot

Het ontbreken van een grafische interface ontreddert de typische computergebruiker — de muisklikker waarop de terminal-gebruiker toch al neerkijkt. Natuurlijk is een desktop-Linux vandaag meestal ook zo’n muiskliksysteem, maar slechts in de mate die men wenst. Linux-enthousiastelingen geven vaak de voorkeur aan het toetsenbord, omdat het een veelzijdig invoerapparaat is — alleen al vergeleken met de muis. Waag je de vergelijking met een mobiel apparaat, dan wordt het verschil nog groter: twee duimen op glas, een derde van het scherm in beslag genomen door een toetsenbord dat het apparaat zelf tekent. Dat is geen invoerapparaat. Dat is een compromis.

Juist deze eigenschap is het waarvoor computergebruikers terugdeinzen wanneer men hen voorstelt dat zij Linux zouden kunnen gebruiken. Wat deze mensen afstoot is juist wat mij het meest boeit. Hoe kan dat?

Het is de zuiverheid waarvan hier al sprake was. Ik speel in de terminal een m4a-audiobestand af — met mpv. Het resultaat is niet grafisch maar volledig tekstueel. Waarom ook niet, zal men denken. Nu ja, ik geef toe: als Apple-gebruiker uit de jaren negentig was ik destijds wat verwend. Ik vond het moeilijk te aanvaarden dat een computer dat überhaupt kon — muziek afspelen zonder een venster op te trekken, zonder een interface te tekenen. Het idee stond zo ver van mij af dat ik pas door Linux leerde dat het maximaal eendimensionaal was. Een computer kan veel meer dan zijn oppervlak suggereert.

Gereedschap dat de geest verruimt

Dit is noodzakelijkerwijs slechts één voorbeeld. Het moet overbrengen hoe flexibel computers zijn — en hoezeer mijn denken gevormd wordt door het gereedschap dat ik dagelijks gebruik. Daar is ssh: ik meld me aan op een machine aan de andere kant van de wereld en stuur haar alsof ik ervoor zat. Daar zijn pijpen, die kleine, domme gereedschappen aaneenrijgen tot een sluwe — curl | jq | sort | uniq -c — en in één regel beantwoorden waar een rekenblad een half uur voor nodig zou hebben. Daar is ffmpeg, dat een videobestand hercodeert zonder dat iemand een venster hoeft te zien om het resultaat te beoordelen.

Linux verbreedde mijn horizon. Het is een tamelijk rauw besturingssysteem, en dat is goed. Het is geknipt voor mensen zoals ik die zoveel mogelijk macht in handen willen houden. Aanvankelijk is dat slechts macht over een computer. Maar het werden steeds meer van deze apparaten waarover men die macht uitoefende — en plots dansten ze op mijn muziek. Gereedschap als Ansible was voor het leger ongeveer wat de uitvinding van het automatische geweer was: wat een geoefende schutter eens leverde, produceerde nu een machine, vermenigvuldigd. Kubernetes daarentegen is meer een railgun op automatisch vuur. Meer dan alleen gevaarlijk. Het richt zichzelf, het vuurt zelf, het treft zelf — en de mens die het opstelde is niet meer bij elk schuis aanwezig.

Macht die niemand opmerkt

Wat klein bij mij begon, raakt inmiddels ons allemaal. Hoe verder we het gereedschap verfijnen, des te machtiger wordt het. Het maakt ons, hun gebruikers, machtiger. Het maakt zelfs hen machtig die uiteindelijk deze systemen gebruiken zonder er iets van te weten. Gamers plukken er vandaag fors de vruchten van. Vroeger stortten gameservers bij elke release graag en vlug in. Dat gebeurt nog — maar bijlange niet meer zo vlug. Gameservers draaien op Kubernetes. Voor elke game komt er een nieuwe pod bij, en wanneer de bestaande machines of VM’s te kort schieten, worden er extra ingepland. ’s Nachts, wanneer de drukte afneemt, worden systemen weggegooid, pods verdwijnen, de rekening daalt.

Dit comfort betaal je echter zo ruimhartig dat je vermoedelijk meer uitgeeft dan bij het huren van gewone servers. Maar de mogelijkheid om binnen twaalf uur twintig keer zoveel gameservers te draaien is een luxe die vroeger eenvoudig niet bestond — ongeacht wat men had willen betalen.

Uiteindelijk wordt de wereld een andere voor ons allen, of we nu direct of op afstand met Kubernetes te maken hebben. Wie niet bij toeval gamer is, gebruikt de grote socialemedia-apps of juist bank-apps. Niets hiervan zou vandaag denkbaar zijn zonder Kubernetes. Onze macht zwelt — en met haar onze verantwoordelijkheid, want:

Soeverein, niet vanzelfsprekend

Inmiddels is Kubernetes geen exotica meer die men enkel huurt bij de hyperscalers. Het is een vanzelfsprekendheid geworden — en terecht. Het draait on premise, in het eigen datacenter. Het draait in de private cloud. En het draait in de Sovereign Cloud, het segment dat de laatste jaren snel is gegroeid — en waarvan het marktbelang ondubbelzinnig is.

Wie datasoevereiniteit nodig heeft, wie niet onder de US CLOUD Act wil vallen, wie europeesrechtelijke garanties eist in plaats van Amerikaanse fine print, vindt vandaag echte alternatieven. STACKIT, uit de Schwarz Groep, bouwt actief aan een Europese hyperscaler. noris network uit Neurenberg exploiteert de noris Sovereign Cloud op basis van de open Sovereign Cloud Stack. IONOS, pluscloud open, OVHcloud, Hetzner — allen hebben begrepen dat soevereiniteit geen nice-to-have is maar een beslissingscriterium. Hun gemene deler: open standaarden, Europees recht, volledige controle over de eigen sleutels. Juist deze combinatie maakt Kubernetes op een Sovereign Cloud tot wat het moet zijn: een machtig gereedschap in de juiste handen.

With great power comes great responsibility.

Wie gereedschap smeedt dat machtiger is dan zijn voorgangers, legt macht in handen die haar misschien niet kunnen peilen. Wie het bedrijft draagt de gevolgen. En wie het slechts gebruikt, vertrouwt erop dat iemand anders de verantwoordelijkheid heeft genomen — iemand die weet waarover hij spreekt. libcom.de is die iemand al meer dan twee decennia: van de kale terminal via Ansible tot Kubernetes-clusters die banken, telecommunicatiebedrijven, ziekenhuizen en industriële implementaties draaiende houden — on premise, in de Private Cloud en in de Sovereign Cloud. Als u zich afvraagt of uw IT ruwer, directer, machtiger zou mogen zijn — of of zij de verantwoordelijkheid draagt die haar is aangegroeid: schrijf ons op contact@libcom.de. We spreken openlijk over wat houdt en wat niet.